Satan

Onderstaand verhaal schreef ik voor de Univers, het magazine van Tilburg University.

Satan.

Ik bleek Satan te zijn. Tenminste, dat stond op de Post-it die op mijn voorhoofd geplakt zat. Iedereen had het binnen no-time geraden: Ron Brandsteder, Pino, Ruud Gullit, Kim Kardashian, Ludo Sanders en Moeder Theresa. Stuk voor stuk supermakkelijk.
Zat ik daar.
‘Besta ik eigenlijk wel?’ vroeg ik.
‘Eh… daar zijn de meningen over verdeeld,’ zei Ruud Gullit.
‘Ben ik een fantasiewezen?’ vroeg ik.
‘…tja. Ja.’ aarzelde Pino.
‘En nee,’ vulde Ron Brandsteder aan.
‘Inderdaad. Ja en nee,’ zei Pino
‘Oké, ken ik hem?’ vroeg ik.
‘Eh… weet ik niet,’ antwoorde Kim Kardashian.
‘Ja, op zich wel. Toch?’ zei Pino
‘Nou ja, kennen…’ zei Ludo Sanders
‘Nee, echt kennen doe je hem niet,’ verbeterde Kim Kardashian.
‘Nee, echt kennen niet,’ aldus Ruud Gullit.
Enzovoorts. Eigenlijk kreeg op niet één vraag een duidelijk antwoord. Toch mocht ik, ondanks dat ik intussen strontchagrijnig was, het papiertje niet van mijn voorhoofd halen. Het was benauwd in de kamer. Toen ik zei dat ik nodig moest plassen werd dat (terecht) doorzien als een actie om even een snelle blik in een spiegel te kunnen werpen. Wat ook niet hielp, was dat ik al vanaf het begin van de avond warme gevoelens had voor Ludo Sanders, met haar glanzende blauwe jurkje. Een marteling was het.
Ron Brandsteder ging nog een rondje bier halen in de keuken. Ik kreeg niks, ik moest eerst mijn briefje raden. Waar die regel ineens vandaag kwam, geen idee. Maar feit was wel dat ik, ook door de frustratie over die kleffe Post-it op mijn kop, behoorlijk ontnuchterd was. En daardoor heel goed zag dat ieders aandacht aan het verslappen was; mensen begonnen met elkaar te kletsen, ik moest twee, drie keer mijn vraag herhalen en míjn Ludo Sanders zat intussen verveeld aan een Rubik’s Cube te draaien. Wat in godsnaam kon er nou op dat papiertje staan?
‘Heb ik een hoedje op?’ vroeg ik. Ik kon geen fatsoenlijke vraag meer verzinnen.
‘Nee, ik geloof het niet…’ zei Ruud Gullit.
Achteraf een raar aarzelend antwoord. Ik bedoel: je kunt veel van Satan zeggen, maar niet dat hij een hoedje op heeft. Of ja, weet ik het. Misschien ook wel. Misschien word je aan de hellepoort verwelkomd door een enorme rode, slijmerige gast met een guitig bolhoedje op. Weet ik het.
‘Dit is niet echt jouw spel, hé?’ merkte Pino op.
Ik besloot even niks te vragen maar te doen alsof ik diep nadacht. Mijn blik gleed langs de mensen in de kamer. Waren dit mijn nieuwe vrienden? Ging ik de komende vier jaar in Tilburg met deze mensen doorbrengen? Ging ik hiermee lachen? Huilen? Dronken worden? En misschien wel belangrijker: ging ik ooit met Ludo Sanders tongen?

‘Geniet er maar van, knul. Je studententijd is de leukste tijd van je leven,’ zei mijn opa toen ik hem de laatste keer in het ziekenhuis bezocht. Het was van een oppervlakkigheid die ik niet van hem gewend was. Misschien had het te maken met zijn aftakeling, volgens mijn moeder zou het wel eens heel snel kunnen gaan. In films en romans hebben mensen aan het einde van hun leven altijd nog wijze woorden en gevoelige openbaringen. Mijn opa niet. Mijn opa gooide er een paar uitgekauwde clichés tegenaan. Eigenlijk ook wel een verademing.
Geniet er maar van. Volgens mij weet niemand hoe dat moet. Soms zie je iemand wel een poging doen, bijvoorbeeld met een glas prosecco in een leunstoel in de zon: ‘Héhé, nu eventjes lekker genieten.’ En dan zo’n voldane glimlach en een zucht. Om vervolgens te merken dat ze jeuk aan hun zweterige naad hebben.

Goed. Tijd voor actie. Hoe kon ik deze benarde situatie een slinger geven, ten gunste van mijn eigen persoontje en waardoor ik niet langer het lulletje rozenwater van dit partijtje zou blijven? Een klein idee vormde zich in mijn hoofd. Geen idee of het zou werken. Ik klapte een keer in mijn handen om de aandacht op te eisen.
‘Voel jij je tot mij aangetrokken?’ vroeg ik met gepaste scherpte aan Ludo Sanders. Ze schrok ervan, zette haar flesje naast haar neer op de grond en keek nog eens naar het woord op mijn hoofd. Alsof ze niet allang wist wat daar stond. Een kleine glimlach rond haar mond verraadde dat mijn aanpak iets teweeg bracht.
‘Ja. Ja, op een bepaalde manier voel ik me wel aangetrokken…’ zei ze.
Beet.
‘Wat vind je dan aantrekkelijk aan mij?’ vroeg ik.
‘Ho ho,’ kwam Ruud Gullit tussendoor. ‘Alleen gesloten vragen.’
Ik liet me niet uit mijn concentratie halen en zei direct: ‘zou je het leuk vinden om mij beter te leren kennen?’
‘Ja hoor. Ik ben wel benieuwd.’ Ze grinnikte en deed een pluk haar achter haar oor.
Toegegeven: deze flirt was behoorlijk cheesy. Om zo en public deze dubbelzinnigheid uit te spelen was misschien niet heel cool. Maar toch: whatever works zou Woody Allen zeggen.
‘Zou je naast mij wakker willen worden?’
Even was het stil, een frons op haar voorhoofd.
‘Ieehh. Getver! Nee, echt no way,’ zei ze waarna ze in lachen uitbarstte. Ron Brandsteder lachte gulzig mee en legde zijn hand op haar schouder.
Fuck. Kans verspild. Daarbij had ik ook helemaal niets gehad aan haar antwoorden wat betreft mijn rol in het geheel. Ik liet mezelf achterover in de bank zakken. Er werd muziek opgezet door Moeder Theresa, in wiens kamer we zaten. Een slappe Spotify-playlist, waarschijnlijk met een naam als ‘Party All Night Long’, voor mensen zonder eigen smaak. Ik begon nu toch wel flinke twijfels over mijn nieuwe Tilburgse vrienden te krijgen. Iedereen leek het goed met elkaar te kunnen vinden, behalve ik. Intussen hadden zowel Ron Brandsteder als Kim Kardashian zich naar Ludo Sanders gedraaid en ze waren druk aan het kletsen. Ik moest intussen ontzettend nodig plassen en had het nog steeds heel warm, maar ik zat al in mijn T-shirt. Moeder Theresa zette borrelglaasjes neer op de tafel en haalde ergens een fles goedkope zoete drank vandaan.
‘Kom op,’ zei Pino, die ook duidelijk minder makkelijk contact legde, tegen mij. ‘Stel nog eens een vraag. Dan kunnen we door met een ander spelletje. Zó moeilijk is het eigenlijk niet.’
Achteraf had Pino het absoluut niet verdiend om al mijn frustratie over zich heen te krijgen. Maar op dat moment was het niet anders. Het moest eruit en hij was er toevallig. Mijn stem klonk harder dan ik wilde en er kwam soms een beetje speeksel mee.
‘Nee, ontzettende eikel, ik stel geen vragen meer! Want ik háát dit kutspel. En het interesseert me geen reet wie ik ben! En hoezo krijg ik geen bier? Waar slaat die regel ineens op? Ik kap ermee. Ik kap met dit debiele spel. Ik ga nu het papiertje van mijn hoofd afhalen! Echt hoor, ik ga het nu doen. Of denk jij dat je me tegen gaat houden? Nou? Pino? Denk jij dat? Dat jij mij tegen gaat houden? Het is klaar. Ik ben klaar met dit schijtspel!’
Fel stond ik op van de bank en met een overdreven groot gebaar ging ik met mijn hand richting mijn voorhoofd, terwijl ik de mensen in de kamer strak aankeek. Uitdagend. Kwaad. Iedereen was stilgevallen en ze keken verrast naar me op. Wee hun gebeente als ze iets durfden te zeggen. Met mijn duim en wijsvinger pakte ik de onderkant van de Post-it vast. Een klein rukje was genoeg om het los te trekken. Met ijzige kalmte haalde ik het naar beneden, draaide het om voor mijn ogen en las wat erop stond.
Satan.
Door de boxen zong een zangeres een gevoelig pianoliedje. O, nee. Wat was er gebeurd? Ik was veel te ver gegaan. Ik had gespuugd en getierd. Een onschuldig persoon de huid vol gescholden. Andere mensen geïntimideerd. Was er iets dat ik kon doen? Iets om dit nog recht te breien? Met grote ogen zat het door mij beschimpte publiek me aan te staren.
Ik haalde een flinke teug adem en vanuit het diepst van mijn binnenste liet ik mijn meest geloofwaardige en bulderende lach klinken. ‘Whoehahaa haha!’ Zo satanistisch als ik maar kon. Daarna frommelde ik het papiertje tot een propje en stak het in mijn mond. Ik kauwde er een tijdje op en slikte het door.
In mijn ooghoeken zag ik dat mijn publiek elkaar aankeek. Er was nog aardig wat verwarring. Hier en daar ontstond wat gemompel. Kim Kardashian begon met klappen en binnen een paar seconden deed iedereen mee. Een laaiend applaus steeg op. Er was alom bewondering voor mijn ijzersterke performance. Ik wás Satan. Een meesterzet, al zeg ik het zelf.
De borrelglaasjes met zoete drank werden uitgedeeld door Moeder Theresa en er werd geproost. Op mij. Ik sloeg het glaasje in één keer achterover en vroeg meteen om een tweede. Dat kreeg ik.
Nog vol verbazing tikte Ludo Sanders me aan: ‘Hoe wist je dat nou ineens?’
‘Wat?’ vroeg ik.
‘Dat je Satan was.’
‘Oh, dat,’ zei ik, terwijl ik nonchalant mijn schouders ophaalde. ‘Dat wist ik al vanaf het begin.’ Ik zag de bewondering in haar ogen.
Genieten.

Reacties staat uit voor Satan

Filed under Geen categorie

Comments are closed.